3. Als het brood en de wijn het Lichaam en Bloed van Christus worden, waarom lijken zij dan en proeven zij nog als brood en wijn?

In de viering van de Eucharistie komt de verheerlijkte Christus op een unieke wijze tegenwoordig onder de gedaanten van brood en wijn, op een wijze die uitzonderlijk verbonden is aan de Eucharistie. In de traditionele theologische taal van de Kerk: door de handeling van de consecratie tijdens de Eucharistieviering wordt het brood en de wijn door de kracht van de Heilige Geest veranderd in de substantie van het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus. Tegelijkertijd blijven de “hoedanigheden” of gedaanten van brood en wijn behouden.
”Substantie” en “hoedanigheid” worden hier gebruikt als filosofische termen die zijn toegepast door grote middeleeuwse theologen zoals de H. Thomas van Aquino, in hun pogingen het geloof uit te leggen en te doen begrijpen. Zulke termen worden gebruikt om uitdrukking te geven aan het feit dat wat brood en wijn lijkt te zijn in alle opzichten (op het niveau van “hoedanigheden” of fysieke attributen, dat is, wat gezien, geraakt, geproefd, of gemeten kan worden) feitelijk nu het Lichaam en Bloed van Christus is (op het niveau van “wezenlijkheid” of diepste realiteit). Deze verandering op het niveau van substantie van brood en wijn in het Lichaam en Bloed van Christus wordt “transsubstantiatie” genoemd. In overeenstemming met het Katholieke geloof kunnen we spreken over de Werkelijke Tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie waar deze transsubstantiatie zich voordoet (zie KKK, nr. 1376).

Dit is een groot mysterie van ons geloof – wij kunnen dit slechts weten door de leer die Christus ons gegeven heeft in de Geschriften en in de Traditie van de Kerk. Iedere andere wijziging die zich in de wereld voordoet, houdt een verandering in van hoedanigheden of karakteristieken. Soms veranderen de hoedanigheden terwijl de substantie hetzelfde blijft. Bijvoorbeeld, wanneer een kind volwassen wordt, verandert het karakter van de persoon op vele wijzen, maar de volwassene blijft dezelfde persoon - dezelfde substantie. In andere gevallen veranderen zowel de substantie als de hoedanigheid. Bijvoorbeeld, wanneer iemand een appel eet, wordt de appel opgenomen in het lichaam van die persoon – is veranderd in het lichaam van die persoon. Echter, wanneer deze verandering van substantie zich voordoet, blijven de hoedanigheden of de karakteristieken van de appel niet behouden. Wanneer de appel is veranderd in het lichaam van die persoon, neemt het de hoedanigheid of karakteristieken van het lichaam van die persoon aan. Christus’ tegenwoordigheid in de Eucharistie is hierin uniek, al zijn het geconsacreerde brood en wijn werkelijk in substantie het Lichaam en Bloed van Christus, zij hebben geen van de hoedanigheden of karakteristieken van een menselijk lichaam, maar alleen die van brood en wijn.