11. Als een gelovige, die zich bewust is een doodzonde te hebben begaan, het geconsacreerde brood en wijn eet en drinkt, ontvangt hij of zij dan nog steeds het Lichaam en Bloed van Christus?

Ja. De houding of de geschiktheid van de ontvanger kan niet veranderen wat het  geconsacreerde brood en wijn zijn. De vraag hier gaat dus niet allereerst om de aard van de Werkelijke Tegenwoordigheid, maar over hoe de zonde de relatie tussen het individu en de Heer beïnvloedt. Voordat iemand naar voren gaat om het Lichaam en Bloed van Christus in de Heilige Communie te ontvangen, moet men in een goede verstandhouding zijn met de Heer en zijn Mystieke Lichaam, de Kerk, dat betekent in staat van genade, vrij van alle doodzonden. Terwijl zonden de verstandhouding beschadigen en zelfs kan verwoesten, kan het Sacrament van de Biecht deze herstellen. De H. Paulus vertelt ons dat “wie op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, zich bezondigt aan het Lichaam en Bloed des heren. Wij moeten onszelf onderzoeken, voor we van het brood eten en uit de beker drinken” (1 Kor. 11,27-28). Een ieder die zich bewust is een doodzonde te hebben begaan moet zich verzoenen door het Sacrament van de Biecht voordat hij het Lichaam en Bloed van Christus ontvangt, tenzij er een ernstige reden is om het toch te doen en er geen gelegenheid is voor de biecht. In zo’n geval moet die persoon zich bewust zijn van de verplichting een akte van diep berouw te doen, dit is een akte van spijt voor de zonden dat “voortkomt uit liefde tot God die bovenal bemind wordt" (zie KKK, nr. 1452). Deze akte van diep berouw moet vergezeld worden van het vaste voornemen zo spoedig mogelijk tot de sacramentele biecht te naderen.